Het kerkje in Hogebeintum

Het kerkje in Hogebeintum

De terp van Hogebeintum (Fries: Hegebeintum) is officieel de hoogste terp van Nederland. In de loop der eeuwen ontstond er een ophogingspakket van 8,8 meter dik. Waarom deze terp zo hoog moest zijn is niet helemaal duidelijk, want met de helft van de inspanning hadden de Friezen het water ook wel buiten de deur gehouden. Misschien werd de terp zo hoog doordat men tijdens de ophoging de restanten van oude boerderijen meteen maar helemaal met grond bedekte. Tegenwoordig resteert van de terp van Hogebeintum alleen nog een restant. Hierop staan de kerk en een enkel huis. Het grootste deel van het heuvellichaam werd in het begin van de twintigste eeuw afgegraven. De terpaarde was namelijk zeer vruchtbaar en werd als meststof verkocht naar andere gebieden. Een groot deel van de Friese terpen is ten prooi gevallen aan deze commerciële exploitatie. Tijdens de afgraving van de terp van Hogebeintum stuitten grondwerkers op de resten van een grafveld uit de vroege Middeleeuwen. Daarbij kwamen allerlei voorwerpen aan het licht die de bewoners van de terp aan hun doden hadden meegegeven. De vondsten zijn bewaard gebleven dankzij de inspanningen van de toenmalige beheerder van het Fries Museum in Leeuwarden, de jurist P.C.J.A. Boeles (1873-1961).
Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Sluit dit venster