RONDJE NOORDZEE
![]()
Algemeen Dagblad
19 juni 1997
De zadelpijn voorbij: Op de fiets van Vlissingen naar Den Helder
Door Nicole Bliek
LF1. Noordzeeroute. Gids van de stichting Landelijk Fietsplatform is o.a te verkrijgen bij de ANWB. De gehele route is duidelijk bewegwijzerd. De LF1 loopt van Oost-Cappel aan de Frans-Belgische grens tot in het topje van Noord-Holland; 360 kilometer lang en op een enkel plekje niet breder dan veertig centimeter: de Noordzeeroute. Wij fietsten de 260 kilometer van Vlissingen naar Den Helder. Door duinen, langs vennetjes, oude bossen en over boulevards.
DE NOORDZEEROUTE verbroedert. De jongeman die even verderop bij het terras zijn racefiets heeft geparkeerd en zich naast mij op een stoel heeft laten zakken, kijkt belangstellend mee in mijn fietsgidsje. Waar ik ben begonnen? In Vlissingen dus. Gisterochtend om negen uur. "Oh", zegt hij, op een toon die nauwelijks de teleurstelling kan verhullen.
Want neem hem nou. Hij wijst op het kaartje. Hij is begonnen iets onder Den Helder, vanochtend om twaalf uur. En als-ie nu even doortrapt bereikt hij vanavond nog Hoek van Holland. Honderdtachtig kilometer op een dag, jawel mevrouw. Als onze dappere racer weer opstapt en over het schelpenpad uit beeld flitst, vraag ik me oprecht af of hij nou ook nog geniet of dat-ie alleen maar kilometers vreet.
De Noordzeeroute is een van de fraaiste lange afstand-fietspaden in Nederland. Het pad tussen Den Helder en de Frans-Belgische grens is ruim 360 kilometer lang, en voert door een verrassend gevarieerd landschap. Polders, duinen, oude bossen, kwelders en weiden. De Noordzeeroute is veel te mooi om met de blik op oneindig kilometers te vreten. Voor mij dus geen 180 kilometer op een dag zoals mijn vriend hier boven. Nog afgezien daarvan dat ik dat met mijn kantoorbenen nooit zou halen.
Ik knip de route in drie delen. Ik begin deze tocht in Vlissingen om van daar in drie etappes naar Den Helder te fietsen, een afstand van 260 kilometer.
Volgens de weersvoorspellingen fiets ik de eerste dag met de wind mee, de tweede dag krijg ik 'm opzij, de derde dag zal hij naar het noordwesten draaien en toenemen in kracht.
Vrijdag 09.00 uur, Vlissingen - Monster (120 kilometer)
Een weifelend zonnetje, een graad of 18. De matige wind komt inderdaad uit het zuidwesten. Ideaal voor de oversteek over de Zeeuwse dammen. Ik zwenk in Middelburg langs de braderiekramen en passeer het Damplein - een van de fraaiste pleinen van Nederland - op weg naar het dromerige dorpje Gapinge met, volgens de gids, de mooiste, nog geheel gave middeleeuwse kerk van Walcheren.
Ik rijd over de Veerse Gatdam en neem snel daarna de Oosterscheldedam. Je moet er van houden, van al die kunstmatigheid. Van de hulpbruggen, de werkeilanden, de dammen waar sportvissers in de weer zijn. Veel cultuur, weinig natuur. Denk ik. Maar dan laat ik me toch verrassen door een roodborsttapuit - zwart kopje, wit kraagje en rode borst - die daar ineens doodleuk op een paaltje zit. En even later komt er zowaar een ooievaar overwieken. Op de lager gelegen snelweg spoeden de eerste caravans uit de Randstad zich naar een weekendje Zeeland.
Ik bereik Schouwen en rijd richting Serooskerke. Daar verlaat ik even de route om in BurghHaamstede iets voor de lunch in te slaan. Vriendelijk dorpje, veel vrolijke bejaarden op de fiets.
In het centrum van Burg-Haamstede vraagt een jonge Engelsman de weg. Hij komt uit Harwich en hij fietst met een kaart van Europa van 25 bij 25 centimeter in zijn broekzak. De schat. En nu wil-ie naar Elburt Hien, want kijk, hij heeft niet al te veel geld en hij is er inmiddels achter gekomen dat je in elke Elburt Hien gratis koffie kunt tappen. Die komt er wel, die jongen.
Door vriendelijk groen landschap ga ik over de Brouwersdam naar Goeree waar het mooiste stuk van de route door Zeeland ligt. Het fietspad slingert zich tussen de Westduinen en de Middelduinen, schitterend, sterk afgevlakt duinengebied in fraaie pasteltinten. In het fietsgidsje heet dit gebied een 'bobbelweide'. Het is overwegend beschermd natuurgebied, de rust is er overweldigend. Ik kom er praktisch geen mens tegen.
Tegen half vier in de middag bereik ik Brielle en de Nieuwe Waterweg. Na de stilte en de groene weldaad van Zeeland valt het Rijnmondgebied me rauw op mijn dak. Files, stank en een krankzinnige verkeersherrie. Vanaf Brielle tot even na Maassluis volgt de LF1 een stuk langs de snelweg, een even vervelende als onvermijdelijke etappe. En nu begint het ook te plenzen. Regenpak aan, een Hemakoopje. Latexspul: laat gegarandeerd geen water door, maar na een half uur broeien in dit pak is de jas aan de binnenkant net zo nat als van buiten.
Met het veer van Rozenburg naar Maassluis steek ik de Nieuwe Waterweg over. Vanaf de pont is er ruim zicht op de raffinaderijen van Europoort. Het veer af, dan rakelings langs het 17de-eeuwse centrum van Maassluis en dan gaat het, wind tegen, naar Maasdijk en Hoek van Holland. Links van het fietspad ligt een sloot die licht, maar niet onaangenaam, riekt naar dieselolie.
Als ik dan opnieuw in een landelijke omgeving kom, het Staelduinse Bos passeer en als dan oo?k nog de zon doorbreekt, voel ik mij weer op de toppen van mijn geluk. Het vermaledijde regenpak kan uit, en zal tot het eindpunt Den Helder in de fietstas blijven. De namiddagzon beschijnt nu het kassenland.
Voor mijn eerste overnachting kies ik Ter Heijde, een plaatsje ter hoogte van Delft dat tussen de zee en de glastuinbouw is gepropt en dat een keurig driesterrenhotel heeft. De vriendelijke jongeman aan de receptie werpt een snelle onderzoekende blik op mij. Wat hij ziet is een verwaaid type, met een roodverbrande kop, bemodderde schoenen en kettingsmeer op de broekspijpen. Aarzelend noemt hij de kamerprijs. Als ik luchtigjes akkoord ga, ontspant hij zich zichtbaar: goddank, ze kan 't betalen...
Zaterdag 09.00 uur, Monster - Castricum (85 kilometer)
Een lichtgrijze lucht, waar af en toe een waterig zonnetje doorheen breekt. De wind is gedraaid naar het westen, kracht 3. Van Monster naar Scheveningen door het duinengebied. Een zeurende zadelpijn en een hobbelig fietspad. Ik bedenk me dat de fietser altijd wat te klagen heeft. Het is te koud of te warm. Het regent, of het waait. En uitgerekend als-ie zadelpijn heeft, zit het fietspad vol gaten, scheuren en hobbels. En dan heeft-ie alti?jd wind tegen.
Maar mijn gekneusde bipsbotjes herstellen zich wonderbaarlijk snel. Als ik Scheveningen achter me heb gelaten begint het mooiste gedeelte van de route. Een betovering die tot eindbestemming Castricum bij mij blijft. Eerst een heel eind door het Haagse duingebied Meijendel. Klimmetjes over de duinhellingen, jonge konijntjes die voor het wiel langs schieten. Kwinkelerende leeuwerikjes hoog boven het zwetende manvolk dat over de paden sjokt. Zo moet zaterdag er in heel Nederland uitzien. De mannen trimmen, de vrouwen doen de boodschappen.
In de verte duikt het silhouet van Katwijk op. Daar neem ik even de boulevard, schiet opnieuw de duinen in tot een tweede boulevard, die van Noordwijk. Ik kom hier tot stilstand bij een opvallend bord met een plaatselijke verordening. Het is verboden 'alhier alcolholhoudende drank te nuttigen danwel aangebroken blikken en flessen en dergelijke met alcolholhoudende drank bij zich te hebben'. Ooit problemen gehad met dronken jongelui?
Scheveningen, Katwijk, Noordwijk. Er zit beslist een systeem in onze badplaatsen. Hebben ze een boulevard, dan is die dichtgeplamuurd met oostblokarchitectuur. Lelijke fantasieloze betonnen blokken uit de jaren 50, in de plaats gekomen van de oorspronkelijke bebouwing die de Duitsers om defensieve redenen in de Tweede Wereldoorlog afbraken. En dan zijn er de satelliet-badplaatsjes die ik straks verderop in het noorden nog zal tegenkomen: Bergen aan Zee, Castricum aan Zee. Met de obligate rotonde, een parkeerterrein, dezelfde snackcar en altijd ergens een restaurant op de top van een duin. Het zijn volstrekt inwisselbare plaatsjes.
Maar eerst naar Zandvoort. Vlak langs de zee door de Amsterdamse waterleidingduinen, naar de Z van Zandvoort: Zimmer. Het lijkt wel of iedereen die in huis nog een kamertje overhad dit aanbiedt aan onze oosterburen. Dure Duitse auto's half op stoepen geparkeerd. Klein centrum met het gebruikelijke winkelaanbod. En ergens het casino en het racecircuit.
Gauw verder.
Nu rijd ik even naar het oosten langs de golfclub, om vlak voor Haarlem de heerlijke Kennemerduinen in te gaan. Verbazingwekkend hoe weinig mensen er zijn in dit glooiende natuurgebied. Maar de wolken dreigen, er valt af en toe een spettertje. Na de Kennemerduinen weer een verrassing in de vorm van landgoed Beeckestein vlakbij Velsen. Een oud landgoed, met forse beuken en eiken op zacht glooiend terrein en een paar indrukwekkend buitens.
Bij Velsen neem ik het veer over het Noordzeekanaal. Ik raak de buitenrand van Beverwijk en dan richting kust. De laatste verrassing van deze dag is het uitgestrekt natuurreservaat tussen Heemskerk en Egmond-Binnen. Een weids landschap met naaldbomen en zandverstuivingen. Ik nader mijn eindbestemming.
Castricum aan Zee klinkt aantrekkelijk voor een overnachting, maar het heeft geen hotel. Ik ben moe, heb kilometers omgereden en besluit nu zonder dralen het eerste hotel te nemen dat ik tegenkom. Het wordt familie hotel-restaurant Borst in Bakkum, dat tegen Castricum is aangeplakt. Een gouden tip voor de low-budgetfietser die geen tent wil meezeulen. Prijs: f. 42,50, inclusief ontbijt met gekookt ei. De kamer is piep, maar proper, en heeft een wastafel met warm water. Badgelegenheid op de gang. Beneden een gezellig bruin cafe? met biljart en een apart restaurantgedeelte dat bij de lokalen erg in trek is.
Zondag 10.00 uur, Bakkum - Den Helder (55 kilometer)
Vertrek met noordwesten wind tegen, kracht 4 tot 5. Mooie Hollandse bloemkoolwolken. Maar de duinklimmetjes van gisteren zijn benenbijters. De bovenbenen voelen wat stijf, gelukkig heb ik vandaag een bescheiden etappe voor de boeg. Bergen aan Zee is in no time bereikt. Wie tijd heeft zou de dorpjes achter de duinen moeten aandoen: het rustieke Bergen, Groet, of Schoorl. Mooie villa's, veel groen, oude bomen.
Voor de fanatieke vogelaars, die met kijkers en broodtrommeltjes bij de dijk staan te turen, is dit ongetwijfeld vloeken in de kerk, maar de route naar het noorden vanaf Camperduin is saai, recht en vlak. Dus toch maar de blik op oneindig tot Petten. Daar stuit ik plotseling midden op de dijk op een afzetting. In Petten houden ze deze zondag het slot van een driedaagse wielerronde. Van de enthousiaste speaker begrijp ik dat de plaatselijke renner Marco Visser de favoriet is. Intussen zijn enkele straten afgezet en moet ik met de fiets rare omzwervingen maken, zodat ik meer van Petten zie dan me lief is. Nou ja, echt lelijk is 't niet. Eerder prettig pretentieloos, op dat bord na dan: Welkom in Petten, het schoonste stukje Holland van kust tot kust.
Maar wat zie ik vlak voor ik het acht kilometer verderop gelegen Callantsoog binnenkom? Welkom in Callantsoog, het schoonste stukje Holland van kust tot kust. Nou ja ... Hier schiet ik af en toe nog door de duinen naar boven en geniet dan van majestueuze doorzichten op de Noordzee. Maar met de zware tegenwind begin ik te verlangen naar het eindpunt Den Helder. Hoe hard ik ook trap, Den Helder komt maar niet dichterbij. Eindelijk, het station. In de trein terug nog een klein probleempje. In Rotterdam krijg ik met geen mogelijkheid de deur van de fietscoupe? open. De Japanner die hier ook met zijn racefiets en bagage moet uitstappen raakt in lichte paniek en wil al bijna aan de noodrem hangen. Als een reiziger op het perron niet met een druk op de knop de deur van buitenaf had geopend, was ik misschien doorgereisd naar Vlissingen. En om dan weer terug te fietsen ... Mooie route hoor. Maar nee, toch maar niet.
Sluit dit venster